Start van de opvang

Na de infoavond kom je op de wachtlijst terecht. Ten laatste 4 maanden voor het gevraagde instapmoment in de opvang worden de ouders op de hoogte gebracht of er een plaatsje voor hun kindje vrijkomt. Ongeveer n maand voor de start van de opvang worden de ouders nogmaals gecontacteerd en wordt er een afspraak gemaakt voor een kennismakingsgesprek.

Het kennismakingsgesprek vindt plaats in de leefgroep. De ouders krijgen bovendien nog eens informatie en de documenten die nodig zijn om het dossier van het kindje samen te stellen. Voor de start van de opvang wordt er een wenmoment voorzien. Het eerste wenmoment (3 uur) wordt niet aangerekend. Kort daarop is er de effectieve start van het kindje in Karbonkeltje.

Tips om de overgang naar de opvang te vergemakkelijken

Er zullen waarschijnlijk een aantal dingen anders zijn wanneer je kindje naar de opvang komt: vroeger opstaan, vroeger eten, slapen in een slaapzak... Wij proberen ons zoveel mogelijk aan te passen aan het ritme van het kind maar sommige zaken kunnen wij niet doen zoals thuis. Wij vragen om deze overgang geleidelijk in te voeren zodat de overgang minder groot is.

1. Wennen

De eerste dagen in de opvang zijn voor je kindje stresserend: andere mensen, onbekende geluiden, nieuwe geuren, nieuw bedje... Ook voor mama en papa is het vaak een hele stap om voor de eerste keer hun kindje achter te laten. Daarom vragen we om de kinderen eerst een keertje te laten wennen in de groep voor een korte tijdspanne (3 uurtjes).

2. Hulpmiddelen die wiegendood zouden voorkomen

Wij gebruiken geen hulpmiddelen die dienen om wiegendood te voorkomen, zoals: bedverkleiners, alarmsystemen, fixatiesystemen... Deze middelen kunnen geen veiligheid garanderen. Enkel op medisch voorschrift gebruiken wij zulke middelen.

3. Voeding

Sommige ouders willen er voor zorgen dat het kindje al groentepap en/of fruitpap kan eten voordat het kindje naar de opvang komt. Het is belangrijk om dit niet te forceren. Het starten met vaste voeding kan het best op het tempo van je kind, wanneer hij/zij er klaar voor is. Het is voor je kind wel belangrijk dat hij/zij kan en wil drinken aan een speen vooraleer naar de opvang te komen. De overgang van borstvoeding naar flessenvoeding is niet altijd vanzelfsprekend. Je kunt dit al eens proberen voordat het kindje naar de opvang komt.

4. Slapen

Volgens onderzoek vergroot buikligging het risico op wiegendood. Daarom leggen wij de kinderen enkel op hun rug, want vanuit zijligging kunnen kinderen ook gemakkelijk op hun buik rollen. Wij zouden willen vragen om je kindje hieraan te laten wennen voor hij/zij naar de opvang komt. Probeer ook om je kindje in bed te leggen vr het in slaap valt. Veel kinderen worden slapend in bed gelegd nadat ze in slaap gewiegd zijn of in slaap gevallen zijn tijdens de voeding. Zo leert het kind niet dat het uit zichzelf moet inslapen. Kinderen in slaap wiegen is moeilijk realiseerbaar voor de begeleidsters. Daarnaast slapen de kinderen hier de eerste maand in de leefruimte (wiegendoodpreventie). Als kinderen gewoon zijn om te slapen in een heel donkere kamer, kunnen ze in het kinderdagverblijf moeilijk de slaap vatten.

5. Afscheid nemen makkelijker maken

Zowel voor je kindje als voor jezelf is het moeilijk om afscheid te nemen (wanneer je vertrekt in de opvang). Probeer duidelijk afscheid te nemen, hou het hartelijk en kort anders wordt het verwarrend voor je kind. Hoe klein je kindje ook is, vertel dat je straks weer terugkomt. Tips voor een goed afscheid zijn: een dikke knuffel en kus geven, vertellen wat je kindje gaat doen in de opvang, een knuffeltje meegeven, ...